Intervieuw met fotograaf Martin Kers
Om een landschap hoeft geen enkele fotograaf verlegen te zitten. "Mongolië is prachtig, maar de Eempolder is net zo mooi!" Woorden van de man die het weten kan, Martin Kers. Al tientallen jaren bereist hij de wereld, van Argentinië tot Zimbabwe, om telkens weer met de fraaiste foto’s thuis te komen. Zijn beelden sieren niet alleen menig blad, maar zijn ook terug te vinden in vele boeken en op de populaire kalenders die zijn naam dragen. Een gesprek over het verschil tussen vérbeelding en uÃtbeelding.
Hoe heeft de fotografie u in haar greep gekregen?
"Op m’n zestiende verjaardag kreeg ik een kleinbeeldcamera van m’n vader. Het was winter. Ik zal nooit meer vergeten hoe het is begonnen, hoe de kleuren waren, de mist, de kou, hoe hard het licht was, ik weet het allemaal nog heel precies. Het heeft werkelijk een ‘traumatische’ indruk op me gemaakt. Het raakte een snaar bij me die nog niet zo geraakt was. Echt een ontdekking. Ik had het idee dat ik de elementen kon fotograferen."
De elementen vastleggen, is dat niet het moeilijkste dat er is?
"Nou, dat valt nogal mee, want kijk, wat je vastlegt dat ben jezelf, dat is álles wat je fotografeert. Meer kún je niet fotograferen! Je kunt doen wat je wilt, maar het is niet anders. Als je tien mensen naast elkaar zogenaamd dezelfde foto laat maken, dan zijn dat nooit dezelfde foto’s. Dat komt doordat elk mens onbewust z’n eigen gedachten, mentaliteit, atmosfeer erin legt. Fotograferen komt van binnenuit."
Was er al snel een foto waarop u trots was?
"Ja, al meteen eigenlijk, zoals het een goede amateur betaamt (ha ha ha): er hing een donkere paarsgrijze lucht boven de haven van Ridderkerk, het was zondagmorgen elf uur, tweede kerstdag 1960, het had gevroren, ik ging het ijs op, ik weet nog hoe geel het riet was en hoe het uit het ijs kwam zetten, dat was heel doorzichtig en had mooie plekken met van die witte bubbels, echt een sprookjesparadijs."
Opvallend dat u zich zo’n oude foto nog zo goed kunt herinneren.
"Ach. Ik heb in mijn archief zo’n 80.000 beelden. Wat ik in 44 jaar heb weggegooid is ongeveer vijf keer zo veel, maar van vrijwel alle dia’s die ik heb bewaard weet ik precies wat en waar het is, ook al staat er geen plaats bij geschreven. Doordat je het bewust hebt beleefd weet je het nog."
Hoe heeft u van fotograferen uw vak gemaakt?
"Ik had de academie voor beeldende kunst gedaan en was eigenlijk tekenaar. Voor mijn werk zat ik alsmaar binnen, ook als het mooi weer was. Dat vond ik vreselijk! Ik dacht: ik wil eruit! Toen besloot ik van mijn hobby mijn beroep te maken. In het gebouw van uitgeverij VNU had ik m’n eerste expositie van natuurfoto’s. Dat leverde me meteen allerlei opdrachten op."
Hoe was dat in het begin?
"Bladen hadden in de jaren zeventig nog veel budget voor bijzondere fotoreportages. Bij een van m’n eerste lange reizen, naar Hokkaido, een eiland ten Noorden van Japan, zei Avenue ‘hier heb je 10.000 gulden, blijf maar veertien dagen weg en kom maar met een mooie reportage terug’. Dat was natuurlijk geweldig, maar dat komt nooit meer voor!"
Vraagt het fotograferen veel voorbereiding?
"Niet bijzonder. Je moet eerder bedacht zijn op het onverwachte. Denk nooit ‘ik fotografeer het straks of morgen wel’. Daar kun je eeuwig spijt van hebben. Meteen fotograferen. En in principe is alles interessant om gefotografeerd te worden, elk moment van de dag. Op reis heb ik altijd zo’n vijftien kilo aan fotospullen bij me. Drie camera’s, twintig films en nog veel meer. Ik ben een snelschieter en laat me veel leiden door m’n intuïtie. Het is een groeiproces in korte tijd. Meestal zijn de laatste twee, drie foto’s ook de beste. Je danst er omheen. Ik fotografeer nagenoeg alleen met natuurlijk licht en zonder trucs. Standaard gebruik ik wel een warmfilter, omdat ik films vaak wat koud vindt."
Maakt het voor u als fotograaf uit waar u bent?
"Het is mij niet te doen om het reizen, ik wil gewoon foto’s maken … en niet lullen, zou ik haast zeggen. Achterop m’n visitekaartje staat ‘photographer in search of his backyard’. Als ik mijn eigen achtertuin niet meer interessant genoeg vind om een foto te maken, dan ben ik ook niet in staat om een mooie foto in Nieuw-Zeeland of Zimbabwe te maken. Dat mag niet uitmaken. Dat is de opdracht aan mijzelf. Mongolië is prachtig, maar de Eempolder is net zo mooi. Er zijn veel plekken in Nederland die gezien mogen worden."
Is er zoiets als een typische Martin-Kersfoto?
"Waarschijnlijk een wat eenzame, perspectivisch gevormde foto, met ergens een dier of een mens erin, maar niet te nadrukkelijk, én kleurrijk. Zo hoor ik het anderen wel omschrijven. De elementen spelen daarbij altijd wel een rol. Ik streef er niet naar de dingen mooier voor te spiegelen dan ze zijn. Maar ik wil wel laten zien hoe mooi iets an sich is. Aan de natuur hoef je niks te verhapstukken, je hoeft er alleen maar een bepaald deel uit te lichten. De beste foto’s voegen iets toe aan de realiteit, een vervreemding."
Wat drijft u nog? Wat maakt dat u elke keer weer op reis gaat?
"De noodzaak om geld te verdienen is altijd secundair. In de eerste plaats wil ik graag iets creëren. Dat gevoel is eigenlijk alleen maar heviger geworden. Ik werk me een slag in de rondte. Ik geef mezelf nog een jaar of tien, als alles goed gaat. Dat is niet veel tijd meer om nog iets te ondernemen, dus ik probeer heel veel in die tijd te persen. Ik heb het vreselijk druk. Het is niet dat ik nog zoveel niet gezien heb. Het is meer een gevoel dat ik heb en tot uitdrukking wil brengen. Zo ben ik nu ook bezig met boeken over bijzondere treinreizen en over Nederlandse ongecultiveerde natuur, de jungle om de hoek! Dat wil ik graag laten zien."
Wat is het beste advies dat u kunt geven aan iedereen die ook wel eens een onvergetelijke landschapsfoto wil maken?
"Het gaat om de vérbeelding en niet om de uÃtbeelding. En dan kom je weer bij jezelf terecht. Dat blijft het enige waar je van uit kunt gaan. Veel mensen fotograferen als een kip zonder kop, zonder wezenlijke aandacht voor hun onderwerp, drukken maar wat af. Blijf niet staan waar je stond toen je op het idee van een foto kwam. Probeer verschillende standpunten, loop eens wat rond, zak door je knieën, ga voor mijn part op de grond zitten, maar begrijp dat je met verbeelding bezig bent. Gun jezelf ook wat betere apparatuur. Dat is de investering absoluut waard. In vergelijking met een compactcamera geeft een spiegelreflexcamera zo’n voldoening!"
En voor wie nog wat extra inspiratie zoekt?
"Ik kreeg laatst een boek onder ogen van Tim Robinson, een Engelse schrijverfilosoof, die zegt dat uiteindelijk niets meetbaar is. Oftewel: afstand bestaat niet, en tijd evenmin, dat inspireert me ontzettend. En dan kom je weer bij jezelf uit. Het is je verbeelding die iets maakt tot wat het is. Verbeelding is echt het grootste goed dat de mens gegeven is."
Wil je meer zien van het werk van Martin Kers? Reis eens rond op www.martinkers-foto.nl